Je bent volgens de Nederlandse wet pas ingeburgerd als je het inburgeringsdiploma hebt behaald. Daarvoor moet je dus eerst examen doen. Het inburgeringsexamen bestaat uit twee delen:
Op het centrale examen krijg je vragen over Nederlandse regels en gewoontes. Je moet op het centrale examen ook laten zien dat je de Nederlandse taal goed begrijpt. De drie onderdelen van het centrale examen zijn:
Je kunt op drie manieren het praktijkexamen doen:
Je moet 20 bewijzen verzamelen waaruit blijkt dat je de Nederlandse taal spreekt en begrijpt.
Een verzameling bewijzen bij elkaar heet een portfolio. Je kunt kiezen waarover je bewijzen verzamelt uit vier soorten portfolio’s:
Als je alle 20 bewijzen hebt verzameld kun je het portfolio opsturen naar de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) of naar een officiële exameninstelling. Daar wordt gekeken of het portfolio goed genoeg en compleet is. Daarna krijg je nog een gesprek over de bewijzen in het portfolio. Je moet dan ook een schrijfopdracht doen. Fiolet Taaltrainingen kan je advies geven over de bewijzen die je moet verzamelen en hoe je dat het beste kunt doen.
Een situatie uit de praktijk nadoen wordt een assessment genoemd. Als je op deze manier praktijkexamen wilt doen, moet je 4 assessments doen.
Je kunt ook kiezen voor een combinatie. Bijvoorbeeld als je niet genoeg bewijzen kunt verzamelen voor een compleet portfolio. Je kunt dan 10 bewijzen verzamelen en 2 praktijksituaties nadoen.
Het centrale examen doe je bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Je kunt het doen op zes plaatsen in Nederland, waaronder Amsterdam.
Fiolet Taaltrainingen kan je advies geven wanneer je klaar bent voor het examen. We kunnen je ook voor het examen aanmelden.
Het praktijkexamen moet je doen bij een officiële exameninstelling. Fiolet Taaltrainingen kan je advies geven waar je dit examen kunt doen.